Stichting Steunpunt Studerende Moeders
Hoeveel studerende moeders er in Nederland zijn, is volgens de Stichting Steunpunt Studerende Moeders (expertisecentrum voor het combineren van studie en zorg in Nederland) niet bekend.
Onderwijsinstellingen en de IB-groep houden niet systematisch bij hoeveel moeders er staan ingeschreven. De stichting vermoedt dat het om een aanzienlijk aantal gaat, alleen al uitgaand van de honderden mailtjes van moeders die er de afgelopen jaren binnenkwamen.
In het rapport ‘Moeders als doelgroep, inzicht in de knelpunten’ dat vorig jaar aan minister Plasterk werd aangeboden, adviseert de stichting de minister om een gedegen beleid voor studerende moeders (en vaders met zorgtaken) te ontwikkelen. Via de website is informatie te vinden over de bestaande voorzieningen voor studerende moeders op onder meer het terrein van huisvesting, financiën, kinderopvang en belastingen.
Hieronder lees je het verhaal van Annemiek de Jong, oprichter van Stichting Steunpunt Studerende Moeders
oprichter: annemiek de jong (28)
‘De weg naar een studie, bleek een studie op zich’
|
Naam: Annemiek de Jong (28)
‘Toen mijn oudste dochter ruim twee was, besloot ik me in te schrijven voor de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening bij de Hogeschool Rotterdam. |
|
Ik kwam uit een bijstandspositie, maar toch was dit financieel een stap terug. Ik was genoodzaakt extra te lenen. Echter, met het oog op een betere toekomst voor mijzelf en mijn gezin, besloot ik toch door te zetten. Het bleek een heel geregel om colleges, zelfstudie en kind op elkaar af te stemmen. Ik moest alles zelf uitzoeken.
Onderwijsinstellingen hebben weinig kennis van regels en wetten die voor moeders van belang zijn, zoals de Wet kinderopvang. De weg naar een studie is daardoor een studie op zich. Bovendien werken instanties als de IB-Groep en de Sociale Dienst niet altijd mee.
Herhaaldelijk zeiden ze tegen mij dat kinderen mijn eigen keuze waren en dat ik mijn problemen zelf moest oplossen. Dat deed ik ook, maar het zou fijn zijn geweest als er mensen waren geweest die konden meedenken. Het is immers niet alleen mijn probleem, maar ook dat van de maatschappij. Studenten met kinderen hebben óók recht op onderwijs dat goed toegankelijk is. Scholen moeten flexibeler omgaan met deze groep.
Om anderen mijn geploeter te besparen, richtte ik twee jaar terug een website op voor studerende moeders, bedoeld voor het uitwisselen van kennis en ervaringen. Deze was meteen een succes en groeide uit tot de Stichting Steunpunt Studerende Moeders. Ik kreeg er mijn handen aan vol aan en kon mijn voltijdsstudie niet meer combineren met het stichtingswerk en de komst van mijn tweede dochter. Daarom ben ik overgestapt naar de duale variant van Cultureel Maatschappelijke Vorming.
Tegenwoordig is het werk voor de stichting mijn baan, want de hogeschool financiert de diensten die wij leveren inmiddels. Geweldig! Wat is er nou mooier dan werken voor een doel waar je achter staat?’